De Benedenmaas wordt in 2017-2019 onderzocht

natuurlijke Maasoever Keent (© Bart Peters)

‘Bedijkte Maas in Beeld’ in 2017 gestart

Langs de Bedijkte Maas tussen Cuijk en Nederhemert zijn de afgelopen jaren veel grote en kleinere herinrichtingsprojecten uitgevoerd. Denk daarbij aan de projecten Keent, Batenburg en de Hemelrijkse waard. Bovendien zijn vele kilometers natuurlijke oevers gerealiseerd, waardoor zich weer natuurlijke steilrandjes en rivierstrandjes zijn gaan ontwikkelen. In 2017 is zijn verschillende partijen bij elkaar gekomen om te zien of we via Maas in Beeld de ontwikkelingen in deze terreinen systematisch in beeld kunnen brengen.

Het gaat hierbij vooralsnog om Rijkswaterstaat Zuid-Nederland, Brabants Landschap, Natuurmonumenten, Dekker Landschapsontwikkeling BV, K3Delta en Wetering BV, maar samenwerking met andere partners wordt nog gezocht (o.a. Provincie Noord-Brabant).

Paarden in de hoogwatergeul van Keent (© Bart Peters)

Inrichtingsproject Keent

In 2017 is op dit traject gestart met een onderzoek in het gebied ‘Keent’, tussen Ravenstein en Grave. Dit 330 ha grote gebied is enkele jaren geleden heringericht, waarbij de in 1938 gedempte meanderboog (oude Maasarm) weer is open gegraven. Daarnaast is langs de Maas (in de zogenaamde ‘Lelyzone’) een nieuwe hoogwatergeul aangelegd en zijn elders wat losse moerasjes gegraven. Brabants Landschap is eigenaar en beheerder van het gebied. Bijna alle buitendijkse gronden zijn omgevormd van landbouw naar natuur. Ze worden begraasd door een grote kudde Taurosrunderen en een klein aantal paarden.

De gebiedsrapportage van Keent kan hier worden gedownload: klik hier.

© Beeldbank Rijkswaterstaat / Joop van Houdt

De natuur keert terug

Enkele conclusies: de flora van Keent ontwikkelt zich positief. Sinds de start van de extensieve begrazing in 2005 en vooral sinds de realisatie van inrichtingsmaatregelen (2014) is het aantal bijzondere plantensoorten toegenomen van 7 naar ruim 30. De meest opvallende verbeteringen doen zich voor op de locaties waar door het graafwerk zandige bodems aan de oppervlakte zijn gebracht en in de oeverzone van de verschillende geulen en plassen. In de graslanden verloopt de vestiging van bijzondere soorten zeer moeizaam, vooral omdat het om een gesloten grasmat gaat met een sterk bemest en intensief agrarisch verleden.

Gezien de jonge ontwikkelingstijd van het natuurgebied is het niet vreemd dat onder de nieuw gevestigde indicatieve soorten vooral dynamische pioniers (zoals Bruin cypergras, Slijkgroen) en pioniers van zand (Dwerg- en Duits viltkruid) domineren. Bijzonder is de vestiging van een flinke populatie Kleine kattenstaart.