Flora van het Maasdal

fotos flora soortenrapport copy De flora van het Maasdal

In het kader van ‘Maas in Beeld’ is uitgebreid gekeken naar de ontwikkeling van de flora van het Maasdal. Hoe zijn de veranderingen in de laatste 20 jaar verlopen? In enkele publicaties is geschetst welke soorten vooruit zijn gegaan en welke nog achterblijven. Wat zijn succesfactoren voor de soms spectaculaire terugkeer van veel soorten geweest? Enkele oorzaken springen er hierbij uit:

-> De overgang van agrarisch beheer naar natuurbeheer (langs de Maas veelal als extensief jaarrondbegraasde natuurterreinen met ruimte voor rivierprocessen). Aankoop van gronden in het kader van de Ecologisch Hoofdstructuur en allerhande losse overeenkomsten projecten was hierbij een belangrijke succesfactor.

->De terugkeer van open, zandige en grindige biotopen, enerzijds door inrichting en graafwerkzaamheden, anderzijds door spontane sedimentatie en erosie in nieuwe natuurgebieden langs de Maas. Dit is ook een belangrijke oorzaak van het feit dat het Zuidelijk Maasdal zich vooralsnog floristisch sneller en soortenrijker ontwikkelt.

Andere oorzaken liggen bijvoorbeeld in een betere waterkwaliteit (waterplanten), klimaatverandering en het ontstaan van grotere bronpopulaties van bepaalde soorten in de nieuwe natuurgebieden, waardoor het koloniseren van nieuwe gebieden stroomafwaarts steeds gemakkelijker verloopt.

Publicaties flora Maasdal (downloads)

Er zijn vanuit Maas in Beeld 3 publicaties over de flora verschenen:

pdf icoonArtikel De Levende Natuur: Kurstjens & Peters, 2011. 15 jaar ecologisch herstel langs de Maas: hoe reageert de flora?

pdf icoonArtikel Nat hist. Maandblad: Peters & Kurstjens, 2011. De ontwikkeling van de stroomdalflora langs de Maas; relaties met inrichting en beheer.

pdf icoonAchtergrondrapport ‘De Flora van het Maasdal’

 

 

voorkant-soortenrapport-lrHet grootschalige onderzoek van Maas in Beeld kwam tot stand door uitgebreid veldonderzoek aangevuld met alle beschikbare data-archieven in Nederland. Hierbij dankt het project ook alle dataleverende organisaties die meegewerkt hebben aan de totstandkoming van dit overzicht:

het Natuurhistorisch Genootschap in Limburg, de Provincies Limburg, Gelderland en Noord-Brabant, Stichting Floron, Alterra, Instituut voor Bos en Natuurbehoud Vlaanderen, Natuurmonumenten, Stichting het Limburgs Landschap en Rijkswaterstaat Limburg.

 

pagina kruisbladwalstro copy

 

Natuurlijke oevers en steilwanden langs de Maas

“Project Natuurvriendelijke Oevers Maas (PNOM)”

erosieoever-bij-Den-Bosch-l

Sinds de jaren 60 en 70 zijn veel Maasoevers vastgelegd met stortsteen, grind of zetsteen. Hierdoor lijkt de Maas op sommige trajecten meer op een kanaal dan op een echte rivier. De laatste jaren worden echter op tal van trajecten door Rijkswaterstaat en de Dienst Landelijk Gebied oeverstroken opgekocht en oeverbestortingen weggehaald. Hierdoor kunnen de oevers weer vrij afkalven en onstaan langzaamaan weer de ooit zo karakteristieke Maasstrandje.  Rijkswaterstaat en de Dienst Landelijk Gebied doen dit samen vanuit het project ‘Natuurvriendelijke Oevers Maas’ (PNOM).  Op plaatsen waar vrije erosie niet mogelijk is worden de oevers vaak met andere inrichtingsmaatregelen natuurvriendelijker gemaakt.  Het is de bedoeling dat voor 2015 weer zo’n 100 km rivieroever natuurlijk ingericht worden; in de jaren daarna staat er nog eens 100 km Maasoever op de rol. Kijk ook op de website van Rijkswaterstaat over dit onderwerp.

Vrij-eroderende-oevers-in-2

foto: verlaging van oeverbestorting langs de Getijdenmaas. Direct zichtbaar is de terugkeer van zandige rivierstrandjes (foto Rijkswaterstaat).

 

 

     

      

 

    

Het principe van vrij eroderende oevers

Dwarsdoorsnedetekeningen-VE

In bijgaande figuur staat hoe het proces van vrij eroderende oevers verloopt. Na een eerste fase met steilwandjes en regelmatige oeverafslag wordt de oever steeds breder. De Maas gaat weer op zoek naar zijn natuurlijke breedte en vorm. Na enkele tientallen jaren (afhankelijk van de erosiegevoeligheid van het oevermateriaal) zal de oever weer zo breed zijn dat er weer zandige rivierstrandjes ontstaan. Op langere termijn kan dit zand weer tijdens hoogwater opgepakt worden en op de hogere oevers gedeponeerd worden in de vorm van zandige oeverwalletjes. De flora en fauna langs rivieren zijn sterk afhankelijk van dit soort processen. De nieuwe oeverwallen zijn bijvoorbeeld belangrijk om de vestiging van bijzondere stroomdalplanten en tal van insecten weer mogelijk te maken. Voor meer achtergrondinformatie over dit principe download hier het

streefbeeld vrij eroderende oevers” van Rijkswaterstaat Limburg.

 

Mooie voorbeelden

Oever-Hedelse-Bovenwaarden-Stijlwanden met zandplaat in Ooijen (Foto: Bart Beters, mei 2009)Nabij Kasteel Ooijen (tussen Broekhuizen en Blitterwijck) ligt een oever die al sinds vele jaren vrij afkalft. Het is één van de mooiste voorbeelden van een vrij eroderende rivieroever (foto rechts). Door deze spontane verbreding van de oeverzone ontstaan uiteindelijk ook weer de ooit zo karakteristieke rivierstrandjes.

Andere mooie voorbeelden van natuurlijke en vrij eroderende Maasoevers liggen bij Den Bosch (foto helemaal boven), Hedel, Linne en recentelijk bij Oud-Bergen en Beugen

De Oeverzwaluw is misschien wel de meest karakteristieke soort voor steiloevers langs rivieren. Ze maken in kolonies broedholen in de steilweandjes. Voor de grote oeverwerken van begin jaren ’70 bevonden zich langs de Noord-Limburgse Maas nog ca 1700 broedpaar van Oeverzwaluw. Kort nadien stortte de populatie helemaal in tot bijna nul. Zoals echte pioniers betaamd kunnen oeverzwaluwen echter ook weer snel terugkeren als er bijvoorbeeld na een hoogwater verse steilwanden ontstaan. In 2009 broeden er circa 30 paar Oeverzwaluwen in de oeversteilwand van Oijen en ca. 100 in verschillende oeversteilwanden rond Den Bosch. In 2009 is in een vrij eroderende oever bij Beugen ook weer het eerste broedgeval van IJsvogel waargenomen.
oeverzwaluw-MMaris-lr Maasoevermeter_091215 lr

Standaardlijst floramonitoring rivierengebied

Tijdens de floraonderzoeken is gebruik gemaakt van een vaste lijst van plantensoorten die indicatief en kenmerkend zijn voor het rivierengebied en een zekere mate van zeldzaamheid hebben. Deze lijst is tot stand gekomen door het samenbrengen van de kennis van verschillende florakenners die langs de Grote rivieren lopen (met Delphi-methode) (zie Peters e.a., 2005). De lijst is vervolgens aangevuld met verschillende soorten die vooral typisch zijn voor kwelmilieus en ooibossen.

De uitgebreide lijst kunt u hier downloaden